Waar is het dorp rond de school?

2026/09/02
Deel dit op
Een lege of ongezonde brooddoos is een probleem dat in ons land veel te simplistisch benaderd wordt. We kijken telkens naar dezelfde drie spelers: de school, de ouders en de overheid. Terwijl rond elke school een heel dorp staat dat we nauwelijks aanspreken.

We verwachten vandaag veel van scholen. Ze moeten kinderen kennis bijbrengen, taalachterstanden wegwerken, digitale vaardigheden aanleren, aandacht hebben voor welzijn en mentale gezondheid en tegelijk gelijke kansen garanderen. En ergens tussen al die opdrachten door schuiven de leerlingen elke dag aan tafel met hun brooddoos. Leerkrachten zien op dat moment wie een voedzame lunch meekrijgt en wie het met veel minder moet stellen. Ze merken bovendien wat dat met kinderen doet: wie niet goed eet, leert ook moeilijker. Een school kan daar uiteraard niet van wegkijken. Maar we kunnen moeilijk verwachten dat directeurs en leerkrachten naast pedagoog, zorgverlener en creatieve duizendpoot nu ook horeca-uitbater worden. Ze zijn al enorm overbevraagd.

En toch voeren we het debat over gezonde voeding op school telkens binnen hetzelfde kleine kringetje. De school moet meer doen, de ouders moeten het thuis beter doen of de overheid moet meer geld op tafel leggen. Natuurlijk hebben ze alle drie een verantwoordelijkheid. Maar waarom stopt onze verbeelding daar?  “It takes a village to raise a child", luidt het gezegde. Maar waar is dat dorp opeens zodra een kind door de schoolpoort stapt?

Een breed netwerk als structurele oplossing

Rond elke school bevindt zich nochtans een gemeenschap. En dat gaat niet alleen over de ouders en grootouders. We moeten veel breder denken dan dat: lokale handelaars, boeren, bedrijven, verenigingen, vrijwilligers, sociale organisaties en uiteraard ook een lokaal bestuur. Elk met andere mogelijkheden, kennis en middelen. Alleen beschouwen we hen zelden als één geheel dat mee verantwoordelijkheid kan dragen voor de kinderen die in hun gemeente of stad opgroeien. Terwijl daar misschien net een veel structureler antwoord ligt dan in de zoveelste – al dan niet tijdelijke – overheidsmaatregel.

We moeten de ouders en de overheid daarom niet helemaal ontslaan van hun verantwoordelijkheid, maar hun bijdragen moeten radertjes worden in een veel breder netwerk. Zo is de financiële steun vanuit de overheid alvast een belangrijk aspect, want daarmee kan je effectief gezond voedsel kopen. Maar: geld alleen smeert geen boterham of bereidt geen voedzame maaltijd. Daarvoor heb je mensen nodig die hun handen uit de mouwen steken. Een netwerk.

Een school die haar noden kan aangeven. Een lokale handelaar die brood of zuivelproducten kan leveren. Een landbouwer met verse producten. Bedrijven uit de buurt die financieel of praktisch hun steentje bijdragen. Vrijwilligers die hun tijd kunnen geven. Een sociale organisatie die weet hoe je kwetsbare gezinnen bereikt. Een lokaal bestuur dat al die mensen rond dezelfde tafel kan krijgen. En de overheid die ook subsidies voorziet. Als iedereen samenkomt, krijg je een structurele én duurzame oplossing.

 

 

Waar is het dorp?

Zo wordt een lege of ongezonde brooddoos een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We zien bij Brooddoosnodig dat zo’n systeem ook werkt, want we brengen het al jaren in de praktijk. Wat in 2021 in Gent begon, is vandaag uitgegroeid tot een netwerk van 226 scholen in 22 steden en gemeenten. Alleen al in het schooljaar 2025-2026 werden 82.000 voedzame brooddozen en maaltijden voorzien. Elke school organiseert dat op haar eigen manier. De ene zet 's ochtends een ontbijtkast klaar, de andere voorziet fruit of soep. Maar achter die verschillende initiatieven zit telkens hetzelfde idee: de school staat wel centraal, maar doet het niet alleen.

Tegelijk zien we ook hoeveel werk er nog ligt. We zien voorlopig nog maar weinig scholen waarrond er vandaag zo’n netwerk bestaat. De uitdaging is daarom veel groter dan enkel meer brooddozen vullen: hoe maken we van zo'n lokaal netwerk iets vanzelfsprekends, rond elke school? Dat komt in het debat over gezonde voeding op school te weinig aan bod. We discussiëren over wie betaalt en wie verantwoordelijk is, terwijl we volledig voorbijgaan aan waar de structurele oplossingen liggen: wie staat er rond de school? Where’s the village?